Van Koetshuis tot kantoor.
De garagedeur heeft een interessante geschiedenis die teruggaat tot de vroege 20e eeuw.
In de 19e eeuw zijn er eigenlijk nog geen garages te vinden. Wel is er een groei in koetshuizen geweest. Dit omdat steeds meer rijken zichzelf een koets konden veroorloven. Eigenlijk is het koetshuis de voorloper van de huidige garage.
Begin 1900 waren auto’s een luxe product en had maar een klein deel van de mensen een auto.
Deze auto’s werden in parkeergarages in de buurt van de woning geparkeerd.
Deze gezamenlijke parkeergarages hadden vaak eenvoudige houten deuren die met de hand werden geopend en gesloten. Ze waren doorgaans zwaar en onhandig.
Bijna alle autofabrikanten stopten rond de Eerste wereldoorlog met het produceren van ‘gewone’ auto’s. Dit kwam doordat de fabrieken overgingen naar de productie van legervoertuigen.
Begin 20e eeuw neemt de groei van de auto-industrie toe en ontstaat er een behoefte naar functionele garagedeuren.
In Amerika bedenken ze als eerst de sectionaaldeur. Een garagedeur die in scharnierende secties omhoog gaat, de overheaddeur. De sectionaaldeur wordt op dit moment alleen in Amerika gebruikt.
De garagedeur krijgt rond de jaren 30 meer erkenning en acceptatie. De auto’s worden gestandaardiseerd en betaalbaarder. Steeds meer mensen zijn overtuigd van het gemak van de auto. In de periode vlak voor de tweede wereldoorlog wordt het aantal auto’s in Nederland bijna verdubbeld. In 1939 zijn er net geen 100.000 auto’s geregistreerd in Nederland.
Tijdens de tweede wereldoorlog staat de groei in aantal auto’s en nieuwbouw stil. Het aantal auto’s daalt zelfs naar ongeveer 11.000.
Vlak na de oorlog tijdens de wederopbouw in Europa en Nederland was er veel vraag naar garagedeuren.
Het aantal auto’s in Nederland groeide stevig en er werden veel woningen gebouwd.
De kanteldeur bleef het meest gebruikt door de verbeteringen die waren doorgevoerd, zoals de lage kosten en lichtere design.
In deze periode deed ook de sectionaaldeur zijn intrede, vanuit Amerika waait deze oplossing voor de garage over naar Europa.
In de jaren daarna worden de kanteldeur en sectionaaldeur verder ontwikkeld tot de deuren zoals wij die nu kennen.
Tijdens die ontwikkelingen wordt de isolatie een steeds belangrijkere factor maar ook gemak en dus de elektrische aandrijving.
Vanaf ongeveer 2010 zien we steeds meer dat de auto niet meer in de garage hoeft te staan.
Hierdoor worden de garages nu meer gebruikt als opslag voor spullen en fietsen.
Hiervoor is zijn de openslaande deuren zoals de Duoport bedacht. Hoge isolatie maar het gemak van een loopdeur.
Uiteindelijk is er nu nog een ontwikkeling aan de gang. Er is de laatste jaren een stijgende lijn te zien in het aantal mensen die gaan ondernemen en/of thuiswerken.
De garage biedt goede mogelijkheden om deze te verbouwen naar prettige werkruimte.
Daarvoor is de Aluport van Novoferm bedacht. Een geïsoleerde pui met raam en loopdeur.
Waardoor de garage professioneel omgebouwd kan worden naar een kantoor, werkruimte of salon.
De ontwikkeling van de ooit eenvoudige koetsenstalling laat zien dat zelfs de garage meegroeit met ons dagelijks leven. De innovatie van de garage laat zien hoe wij op dat moment wonen en werken.